Nog altijd heeft Bossa Nova me niet losgelaten en nog altijd weet ik niet wat het in godsnaam betekent. Mijn computer is blijkbaar heel de nacht blijven aanstaan. Ik tik Bossa Nova in op een niet nader te vernoemen zoekrobot, maar iedereen weet dat Google de beste is. Plots belt er iemand aan. Het geluid van de bel doet mijn hoofd bijna uit elkaar spatten. De hoofdpijn is niet te harden. Ik kamp met het probleem dat ik nooit lang slaap na een nachtje stevig drinken. Ik kijk op mijn klok en ik zie dat het amper 9 uur is. Welke tactloze zak belt er op dit onmenselijke uur nu aan. In zeven haasten raap ik wat kleren bij elkaar en smijt ze in de kast. Mijn hersenen botsen nu zeer heftig tegen mijn schedelpan aan. Opstaan is een hel.
Wie kon het zijn? Het meisje van gisteren? Zou ik ze me mijn adres gegeven hebben? Ik doe voorzichtig mijn ruit open en bij het naar beneden kijken priemen er 4 ogen op mij. “Gelooft u in de goede heer? Het einde van de wereld is nabij!”, predikt de dikste van de twee. Ik zeg dat ik geloof, maar dat ze kunnen oprotten. Die Tactloze Getuigen van Jehova slaan meteen al mijn hoop aan diggelen. Ze stond er niet. Toch doen de 2 heren me terugdenken aan haar kastanjebruine haar en lichtbruine huid. Ik dwaal af. Ik laat mijn ruit open.
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment